5.6 Controleer zuurstofgebruik

Wanneer: week 2 tot 4

Begripsomschrijving

Indien de patiënt zuurstoftherapie ontvangt in de thuissituatie wordt geëvalueerd of deze therapie afgebouwd kan worden.

Praktisch handvat  

Zuurstoftherapie in de thuissituatie is slechts onder strikte criteria wetenschappelijk onderbouwd. Wees wegens de risico’s terughoudend met zuurstoftherapie in de thuissituatie. Controleer de bloedgaswaarden. Indien zuurstof noodzakelijk is, maak een vervolgafspraak om wederom de noodzaak te controleren.

Zie voor de overwegingscriteria en andere aandachtspunten van zuurstofgebruik SI 5.4.

Instrumenten medicatie, therapietrouw en zuurstof

Literatuursuggesties: 

Patiëntenmateriaal:

Overig/tips/voorbeelden:

  • Handreiking Digitale Zorgtoepassingen voor patiëntgerichte COPD zorg, in het bijzonder onderdeel Inzicht in dagelijks leven. In deze toolbox wordt een overzicht geboden van de beschikbare digitale toepassingen rondom COPD zorg. Zowel op het gebied van (digitale) voorlichtingsmaterialen, als op het gebied van monitoring, communicatie en gedeelde besluitvorming.
  • Geef patiënt een overzicht mee van de thuismedicatie, inclusief instructie (inhalatorgebruik.nl);
  • Stuur het complete medicatieoverzicht bij ontslag naar de thuisapotheek (per fax, email of zo mogelijk via EPD);
  • Bij voorkeur wordt bij nieuwe medicatie omwille van het medicatieoverzicht op het recept aangegeven welke medicatie gestopt is. Eveneens wordt het medicatieoverzicht aangepast in het Individueel Zorgplan.

Esther Beemsterboer, longverpleegkundige
Aan het woord
Over Inhalatie-instructie
Stoppen met roken
‘Ik ben blij met mijn goede begeleiding’

‘Vóór het zorgpad controleerden we het medicatiegebruik van patiënten ook, maar dat gebeurde tussen de bedrijven door. Daardoor konden we verkeerd gebruik over het hoofd zien. Nu is het een heel belangrijk aandachtspunt geworden. Dat is een grote verbetering, want ik zie hoe vaak het fout gaat.

Tijdens opname nemen we met elke patiënt de inhalatie-instructie door. Ook schrijven we op een kaartje wanneer de patiënt welke inhalator moet gebruiken, bijvoorbeeld vóór het ontbijt, de lunch, het avondeten en het slapengaan. Zo gaan patiënten het medicijn koppelen aan “eten” en “slapen”, en vergeten ze het minder snel.

De verpleegkundigen blijven het medicatiegebruik in de gaten houden. Op de dag dat iemand naar huis gaat, doen we nog een controle. De wijklongverpleegkundige controleert het medicatiegebruik tijdens het huisbezoek nog een keer.’

Lees het hele verhaal