5.4 Controleer wenselijkheid zuurstof na ontslag

Wanneer: (dag voor) ontslag

Begripsomschrijving

Inventariseer of er indicaties zijn voor zuurstof therapie in de thuissituatie en indien nodig neem de daarvoor behorende acties. 

Praktisch handvat 

Veel patiënten hechten aan de beschikking over zuurstof thuis, zeker als ze dat tijdens de opname kregen. Zuurstoftherapie in de thuissituatie is slechts onder strikte criteria wetenschappelijk onderbouwd. Wees wegens de risico’s terughoudend met zuurstoftherapie in de thuissituatie.

Aandachtspunten: 

  • Beoordeel indien mogelijk de bloedgaswaarden zonder zuurstof als de patiënt op de dag voor ontslag zuurstof gebruikt;
  • Overweeg zuurstoftherapie bij:
    • PaO2 < 7,3 kPa met of zonder hypercapnie, gemeten tijdens het 15 min ademen van kamerlucht in een stabiele fase; 
    • PaO2 7,3-8,0 kPa, in combinatie met aanwijzingen voor pulmonale hypertensie, perifeer oedeem of hematocriet > 0,55.
  • Bij extra zuurstof toediening wordt gestreefd naar een PaO2 > 8,0 kPa of O2-saturatie gemeten met pulsoximetrie > 90%;
  • Vraag indien nodig vroegtijdig zuurstof voor thuis aan;
  • Bespreek met patiënt de risico’s, de verwachtingen, en het juiste gebruik van de zuurstof en neem het gebruik op in het Individueel Zorgplan;
  • Maak aantekening voor controle van bloedgaswaarden, m.n. vanwege mogelijkheid verder verbetering kort na opname.

Instrumenten medicatie, therapietrouw en zuurstof

Literatuursuggesties: 

Patiëntenmateriaal:

Overig/tips/voorbeelden:

  • Handreiking Digitale Zorgtoepassingen voor patiëntgerichte COPD zorg, in het bijzonder onderdeel Inzicht in dagelijks leven. In deze toolbox wordt een overzicht geboden van de beschikbare digitale toepassingen rondom COPD zorg. Zowel op het gebied van (digitale) voorlichtingsmaterialen, als op het gebied van monitoring, communicatie en gedeelde besluitvorming.
  • Geef patiënt een overzicht mee van de thuismedicatie, inclusief instructie (inhalatorgebruik.nl);
  • Stuur het complete medicatieoverzicht bij ontslag naar de thuisapotheek (per fax, email of zo mogelijk via EPD);
  • Bij voorkeur wordt bij nieuwe medicatie omwille van het medicatieoverzicht op het recept aangegeven welke medicatie gestopt is. Eveneens wordt het medicatieoverzicht aangepast in het Individueel Zorgplan.

Esther Beemsterboer, longverpleegkundige
Aan het woord
Over Inhalatie-instructie
Stoppen met roken
‘Ik ben blij met mijn goede begeleiding’

‘Vóór het zorgpad controleerden we het medicatiegebruik van patiënten ook, maar dat gebeurde tussen de bedrijven door. Daardoor konden we verkeerd gebruik over het hoofd zien. Nu is het een heel belangrijk aandachtspunt geworden. Dat is een grote verbetering, want ik zie hoe vaak het fout gaat.

Tijdens opname nemen we met elke patiënt de inhalatie-instructie door. Ook schrijven we op een kaartje wanneer de patiënt welke inhalator moet gebruiken, bijvoorbeeld vóór het ontbijt, de lunch, het avondeten en het slapengaan. Zo gaan patiënten het medicijn koppelen aan “eten” en “slapen”, en vergeten ze het minder snel.

De verpleegkundigen blijven het medicatiegebruik in de gaten houden. Op de dag dat iemand naar huis gaat, doen we nog een controle. De wijklongverpleegkundige controleert het medicatiegebruik tijdens het huisbezoek nog een keer.’

Lees het hele verhaal