1.5 Inventarisatie integrale gezondheidstoestand

Wanneer: week 2 tot 4

Begripsomschrijving

Een globale inventarisatie van de integrale gezondheidstoestand dient bij alle patiënten inzichtelijk te zijn (zie SI 1.3). Bij sommige patiënten voldoet deze inventarisatie niet en is een uitvoerigere inventarisatie noodzakelijk. De wenselijkheid/noodzaak hiertoe kan tijdens de opname aan het licht zijn gekomen. De behandeling wordt in de komende maanden voortgezet in de thuissituatie. 

Praktisch handvat 

Uitvoerige inventarisatie en behandeling tijdens opname heeft niet de voorkeur wegens onvoldoende gelegenheid.

Adviezen: 

  • Plan met patiënt en mantelzorger een gesprek in, neem hiervoor de tijd;
  • Laat de patiënt voorafgaand aan het gesprek weten dat je: 
    • meer inzicht wil krijgen in de manier hoe de patiënt met zijn ziekte in de dagelijkse praktijk omgaat, en 
    • aandacht wil schenken aan mogelijke emoties, zoals stress, angst en somberheid. De patiënt krijgt zo de mogelijkheid om het gesprek voor te bereiden.
  • Inventariseer het verbeterpotentieel na overleg met patiënt en zijn mantelzorger(s);
  • Stel een zorgplan met verbeterpunten op. Zorg ervoor dat andere betrokken zorgverleners op de hoogte zijn van deze afspraken;
  • Vraag na of eventueel eerder geplande verwijzingen gerealiseerd zijn;
  • Indien nodig, doorverwijzen naar gespecialiseerd hulpverlener.

Instrumenten Integrale gezondheidstoestand

Meetinstrumenten:

  • Clinical COPD Questionnaire (CCQ). Zie ook bijlage 7b van het zorgpad;
  • De ziektelastmeter COPD geeft de behandelaar en de patiënt inzicht in de ervaren ziektelast van de patiënt. De ziektelastmeter COPD is een meetinstrument waarmee ziektelast op een eenvoudige, gebruiksvriendelijke en praktische manier kan worden aangegeven en een handvat om het goede gesprek op maat met de patiënt te voeren;
  • De Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI) is een hulpmiddel bij het signaleren en analyseren van problemen in de integrale gezondheidstoestand.
  • Distressscreener. Zie ook bijlage 7 van het zorgpad;
  • Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS).

Literatuursuggestie en video’s:

Patiëntenmateriaal: 

Overig/tips/voorbeelden:

  • Handreiking Digitale Zorgtoepassingen voor patiëntgerichte COPD zorg. Het doel van de handreiking is om zorgpartijen (patiëntenorganisaties, zorgverleners, zorgverzekeraars en anderen) een overzicht te bieden van de beschikbare digitale toepassingen rondom COPD zorg,. Zowel op het gebied van (digitale) voorlichtingsmaterialen, als op het gebied van monitoring, communicatie en gedeelde besluitvorming. Op deze manier kunnen zorgprofessionals en patiënten, bij voorkeur samen, makkelijker beslissen of en wanneer digitale toepassingen ingezet kunnen worden. Tevens geeft de handreiking handvatten over de implementatie van deze toepassingen.
  • Voorbeelden van monitoring op afstand met behulp van eHealth. Zie eveneens bovenstaande handreiking (interventie 1.1)
    • Luscii; Patiënten met COPD vullen twee wekelijks digitaal een CCQ vragenlijst in. Met behulp van een algoritme worden de opvallende/hulpbehoevende patiënten uitgefilterd en doorverbonden met de hulpdesk van de thuiszorg. Direct beeldcontact tussen patiënt en zorgverlener is mogelijk. Sensire, Slingeland ziekenhuis, Menzis
    • Monitair; COPD-patiënten meten één keer per week een aantal objectieve parameters en vullen deze tezamen met de antwoorden op een aantal vragen in de MonitAir app. MonitAir interpreteert met behulp van een slim algoritme autonoom deze data, berekent de kans op een longaanval en geeft een gepersonaliseerd advies om een longaanval te voorkomen, zonder tussenkomst van de zorgverlener. Pas als de situatie dreigt te escaleren, adviseert MonitAir om contact op te nemen met de zorgverlener. Catharina Ziekenhuis Eindhoven, Ketenzorg Friesland.
  • Advies bij interventie 1.5: Indien de integrale gezondheidstoestand moeilijk te bepalen is, overweeg een consult uit een andere discipline (geestelijke verzorging/ maatschappelijk werk/ psycholoog/ etc.)

Mevrouw visser, COPD-patiënt
Aan het woord
Over Angsten bij COPD
Algemeen

‘Ik denk zelf dat mijn emoties de trigger voor de longaanval zijn geweest. Als ik het leuk heb en er geen vervelende dingen gebeuren, gaat het redelijk goed met mij. Maar zodra negatieve gevoelens de kop opsteken, word ik benauwder. Het voelt alsof ik een hartaanval krijg, alsof ik doodga. Ik begin te hyperventileren. De angst die daardoor ontstaat, maakt de benauwdheid nóg erger.’

Lees het hele verhaal