1.3 Globale inventarisatie integrale gezondheidstoestand

Wanneer: dag 2

Begripsomschrijving

Tijdens het dag-2 gesprek wordt een globale indruk gevormd van de integrale gezondheidstoestand. Specifieke aandacht is nodig voor hoe de patiënt omgaat met de ziekte (coping en adaptatie) en of er sprake is van angst- en/of stemmingsproblematiek. Indien noodzakelijk wordt na opname een uitgebreide inventarisatie gemaakt en volgen er vervolgafspraken.

Praktisch handvat

De integrale gezondheidstoestand omvat: 

  • het fysiologisch functioneren;
  • de ervaren klachten;
  • functionele beperkingen in dagelijks leven (incl. comorbiditeit); 
  • kwaliteit van leven. 

Mogelijke vragen die behulpzaam kunnen zijn met betrekking tot coping en stemming: 

  • Hoe vindt u dat u omgaat met uw klachten?
  • Hoe vindt uw omgeving dat u omgaat met uw klachten?
  • Hoe is uw stemming?
  • Raakt u wel eens in paniek of wordt u wel eens angstig?
  • Welk rapportcijfer geeft u uw leven nu? Kunt u dat toelichten?
  • Heeft u voldoende steun?
  • Roept u hulp in als dat nodig is?
  • Heeft u behoefte aan aanvullende hulp of informatie?

Naast de generieke en ziekte specifieke anamnese en de fysiologische spirometrie-waarden zijn ook ‘meetinstrumenten’ te gebruiken: CCQ (opgenomen in de ziektelastmeter), MRC en BMI (relevant gewichtsverlies). Ook kunnen screenende vragenlijsten behulpzaam zijn zoals de Distress screener. Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat er bij de patiënt sprake is van angst- en/of stemmingsproblematiek, wordt na opname een verdere inventarisatie ingepland. Zie bijlage 7a voor meer informatie.

Instrumenten Integrale gezondheidstoestand

Meetinstrumenten:

Literatuursuggestie:

Patiëntenmateriaal: 

Overig/tips/voorbeelden:

  • Handreiking Digitale Zorgtoepassingen voor patiëntgerichte COPD zorg. Het doel van de handreiking is om zorgpartijen (patiëntenorganisaties, zorgverleners, zorgverzekeraars en anderen) een overzicht te bieden van de beschikbare digitale toepassingen rondom COPD zorg,. Zowel op het gebied van (digitale) voorlichtingsmaterialen, als op het gebied van monitoring, communicatie en gedeelde besluitvorming. Op deze manier kunnen zorgprofessionals en patiënten, bij voorkeur samen, makkelijker beslissen of en wanneer digitale toepassingen ingezet kunnen worden. Tevens geeft de handreiking handvatten over de implementatie van deze toepassingen.
  • Voorbeelden van monitoring op afstand met behulp van eHealth. Zie eveneens bovenstaande handreiking (interventie 1.1)
    • Luscii; Patiënten met COPD vullen twee wekelijks digitaal een CCQ vragenlijst in. Met behulp van een algoritme worden de opvallende/hulpbehoevende patiënten uitgefilterd en doorverbonden met de hulpdesk van de thuiszorg. Direct beeldcontact tussen patiënt en zorgverlener is mogelijk. Sensire, Slingeland ziekenhuis, Menzis
    • Monitair; COPD-patiënten meten één keer per week een aantal objectieve parameters en vullen deze tezamen met de antwoorden op een aantal vragen in de MonitAir app. MonitAir interpreteert met behulp van een slim algoritme autonoom deze data, berekent de kans op een longaanval en geeft een gepersonaliseerd advies om een longaanval te voorkomen, zonder tussenkomst van de zorgverlener. Pas als de situatie dreigt te escaleren, adviseert MonitAir om contact op te nemen met de zorgverlener. Catharina Ziekenhuis Eindhoven, Ketenzorg Friesland.
  • Advies bij interventie 1.5: Indien de integrale gezondheidstoestand moeilijk te bepalen is, overweeg een consult uit een andere discipline (geestelijke verzorging/ maatschappelijk werk/ psycholoog/ etc.)

Mevrouw visser, COPD-patiënt
Aan het woord
Over Angsten bij COPD
Algemeen

‘Ik denk zelf dat mijn emoties de trigger voor de longaanval zijn geweest. Als ik het leuk heb en er geen vervelende dingen gebeuren, gaat het redelijk goed met mij. Maar zodra negatieve gevoelens de kop opsteken, word ik benauwder. Het voelt alsof ik een hartaanval krijg, alsof ik doodga. Ik begin te hyperventileren. De angst die daardoor ontstaat, maakt de benauwdheid nóg erger.’

Lees het hele verhaal